De historische ontwikkeling van het spoor en met name het Duits Lijntje
langs Uden
Uden, 2003
Door: Adriaan Sanders
Uit: Tussen A50 en Zandwegen door A.L.M. Sanders Heemkundekring Uden
Trein.
Zoals reeds eerder opgemerkt was reeds
voor 1850 de trein in Nederland geïntroduceerd. Immers tijdens de regering van koning Willem I werd veel aandacht
besteed aan industrialisering. Een van de voorwaarden hiervoor was goede verbindingen tussen diverse
gebieden.
In dat kader werd in Nederland op 20 september 1839 de eerste spoorlijn van Amsterdam
naar Haarlem officieel in gebruik genomen. In de daaropvolgende jaren breidde het spoorwegnet zich uit. Zo
werd in 1843 de verbinding Amsterdam – Utrecht in gebruik genomen en een jaar later Utrecht –
Arnhem.
Aanvankelijk gebeurde dit
door particuliere maatschappijen, maar in het begin van de zestiger jaren werd door de regering van Hall een wet
aangenomen, die regelde dat de staat de spoorwegen aanlegde en dat deze daarna door particuliere maatschappijen
werden geëxploiteerd. Belangrijke exploitanten waren de HIJSM
( Hollandsche IJzeren
Spoorweg Maatschappij ) , de NRS ( Nederlandsche Rhijn Spoorwegmaatschappij ) en de SS ( Maatschappij tot
Exploitatie van StaatsSpoorwegen ).
In het midden van de
zestiger jaren was de lijn Utrecht – ’s-Hertogenbosch – Boxtel – Venlo – Maastricht in gebruik genomen en er werden
plannen gemaakt om een lijn Vlissingen – Rozendaal – Breda – Boxtel aan te leggen. Deze laatste, die in Vlissingen
aansloot op de bootverbinding met Engeland, kwam inderdaad in 1872 gereed. Deze lijnen werden geëxploiteerd door de
SS, die kan worden gezien als de voorganger van de huidige Nederlandse Spoorwegen.
Spoorwegverbindingen met Duitsland waren
er ook, namelijk de lijnen Maastricht – Aken – Keulen, Arnhem – Emmerich en Nijmegen - Kleef.
Oprichting NBDS
In 1867 dienden een notaris uit Rotterdam, van Meukeren, en een kantonrechter uit
Boxtel, Vester, een aanvraag in voor een spoorlijn van Boxtel naar Kleef in Duitsland. Zij kozen voor Boxtel
omdat hierdoor via het net van de SS aansluiting werd verkregen met Utrecht, Maastricht en Vlissingen. Kleef
had binnen Duitsland goede verbindingen met Krefeld en Keulen. Daarnaast was het een kuuroord dat in
Nederland populair was. Later werd de eindbestemming Kleef gewijzigd in Wesel.
Direct namen de initiatiefnemers contact
op met de diverse gemeenten, waaronder Uden. Het gemeentebestuur reageerde enthousiast en besloot de gronden, die
nodig waren voor de aanleg, voor zover zij eigendom van de gemeente waren gratis af te staan. Het besluit om het
gratis te doen werd later weer ingetrokken.
Na twee jaar gaven de betrokken
regeringen de gevraagde concessies af. Voor het Duitse gedeelte gebeurde dat op 12 februari 1869 en Nederland
volgde voor haar deel op 28 mei van hetzelfde jaar. Op dezelfde dag passeerde voor notaris van de Hoop in Rotterdam
de oprichtingsakte van de NBDS (Noord – Brabantsche Duitsche Spoorwegmaatschappij), de maatschappij die de lijn zou
gaan exploiteren.
Nu kon het echte werk beginnen.

Fig. Aandeel van de
Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg.
Aanleg
Op 22 maart 1870 werd
begonnen met de aanleg en wel in Gennep. Al spoedig volgden ook de werkzaamheden in Uden.
Het traject in Uden was
als volgt: de lijn kwam op de grens tussen Uden en Veghel, zo ongeveer op de plaats waar de huidige Duifhuizerweg
op de Rondweg komt, Uden binnen. Vandaar boog de lijn iets in zuidelijke richting naar de huidige Losplaats. Dan
verder in oostelijke richting, waarbij het spoor een groot gedeelte over de grens tussen de gemeenten Uden en
Zeeland (thans Landerd) liep.
Het zal duidelijk zijn
dat aan de aanleg het verwerven van de gronden voorafging.
Op 8 juli 1872 werd besloten dat
ten algemeene nutte en ten name van de Noordbrabant-Duitsche spoorwegmaatschappij worden
onteigend de eigendommen in de gemeenten Boxtel, Liempde, Schijndel, St. Oedenrode, Veghel, Uden, Zeeland, Mil,
Haps, Oeffelt, Gennip en Ottersum, aangeduid in het plan en de kaarten, welke ingevolge art. 12 der wet van 28
Augustus 1851 ter inzage van eenieder hebben gelegen en vermeld zijn op den staat, welke bij dit besluit is
gevoegd.
Alleen al in de gemeente Uden werden
ongeveer 170 percelen of gedeelten daarvan onteigend.
Hierna moest er allereerst een aarden baan worden aangelegd, waarop later de bielzen
en rails werden gelegd. Het Boxmeers weekblad van 13 mei 1871schreef dat er tussen Uden en
Mill een begin was gemaakt met de werkzaamheden. Hiervoor waren grote hoeveelheden materiaal naar de
zogenaamde Millse Hut gebracht, terwijl het aantal arbeiders met de dag toenam.
Men had ook veel zand nodig, dat
gewonnen werd door ontgronding. De plas De Kleuter is op deze manier ontstaan.
Ook de spoorwegovergangen
met de spoorweghuisjes werden aangelegd en in 1873 werd het Udense station aan de huidige Losplaats gebouwd. Dit
had twee verdiepingen. De begane grond bestond uit een hal, kantoren met loketten en aan weerszijde daarvan ruime
wachtkamers. De tweede verdieping was de woning van de stationschef.
Verder stond er een afzonderlijke goederenloods met een laadbordes.
De aanleg van de lijn, die werd uitgevoerd door Engelse aannemers, ging gepaard met
aanzienlijke financiële tegenvallers.
De financiële problemen
lagen ten grondslag aan de diverse naamsverbasteringen van de NBDS. Enkele voorbeelden: Niets
Beroerder Dan Schulden en Niets Betalen Die
Smeerlappen.
Op 15 juli 1873 vond de opening van de lijn Boxtel – Goch plaats.
De Provinciale Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbossche Courant schreef op donderdag 17 juli
1873:
Boxtel 15 julij. Heden ochtend ongeveer 7 ure kwam alhier de eerste spoortrein uit
Goch aan.
Hoewel de opening van de
Noordbrabantsche-Duitsche spoorweg voor het algemeen verkeer schier onbekend was gebleven en zonder eenige
plegtigheid plaatshad, bevatte deze trein toch reeds onderscheidene reizigers.
De problemen, met name de
financiële, waren bij de aanleg van het Duitse gedeelte zo groot, dat de verbinding Goch – Wesel pas op 1
juli 1878 in gebruik kon worden genomen.

Fig. Het Udense
station.
Gebruik
Laat duidelijk zijn, dat
de lijn Boxtel – Wezel nooit bedoeld werd om het vervoer van personen en goederen van plaatsen als Uden te
vergemakkelijken. Het primaire doel was een verbinding te vormen tussen Duitsland en Engeland. De successen van de
lijn werden dan ook bepaald door concessies die men verwierf ten aanzien van bijvoorbeeld de boottreinen van
Engeland naar Berlijn en Hamburg.
Natuurlijk hadden dorpen,
die evenals Uden een station hadden, wel enig voordeel van de spoorweg. Niet zozeer voor particulier
personenvervoer, waar de later te behandelen tram meer het aangewezen voertuig was, maar meer voor
goederen.
Bij de stichting van de
kunstmestfabriek van Coenen & Schoenmakers in 1882 werd besloten de bouw in Uden aan de spoorlijn te laten
plaatsvinden om op die manier verzekerd te zijn van goed vervoer.

Fig. De dienstregeling
uit 1885.
Maar niet alleen deze
fabriek, maar ook de Udense veemarkten en later de kersenveiling, de boerenbond, de fabriek van Van der Putten en
de strohulzenfabriek konden de trein voor het vervoer van hun grondstoffen en producten
gebruiken.
Veiligheid
In de eerste jaren waren
er enkele problemen met branden in huizen, die dicht bij de spoorlijn stonden. De marechaussee stuurde over
dergelijke gebeurtenissen verslagen op:
Op den 15 November
1876, is op het gehucht Duifhuis afgebrand een huis toebehorende aan Hendricus van der Berk dat ongeveer 40 meter
van de spoorlijn stond en volgens verklaring van den baanwachter Hendricus van Cuyk dat door de locomotief die op
die hoogte vonken vuur uitwierp aangeslagen. Eenige jaren vroeger is op zelfde hoogte nog een huis afgebrand en
zeker veronderstellende dat dit ook door de locomotief in brand was geraakt. De schoorstenen der Locomotieven der
lijn Boxtel – Wesel zijn niet voorzien van kapwerk.
En op 31 mei
1886:
Ik heb de Eer UwEG.te rapporteren dat
in den voormiddag van den 29e dezer, om 10 ¾ uur alhier van het spoorwegstation een paard bespannen voor
een kar staande op de losplaats van den vertrekkende goederentrein is verschrokken en op hol gegaan en den geleider
genaamd Johannes van Eersel oud 64 jaar (ongehuwd) voerman woonachtig te Helmond, welke zijn paard trachtte te
houden is op den grond gevallen en het rad der kar over zijn middenlijf gereden waarop hij direct alhier naar het
gasthuis is vervoerd en gisteren voormiddag aldaar aan zijn inwendige verwondingen overleden.
Periode 1900 –
1940.
Rond 1900 was het
vertrouwen zo groot, dat besloten werd de bestaande lijn als dubbelspoor te gaan uitvoeren. Het traject van Boxtel
naar Mill werd tussen 1903 en 1905 als zodanig aangelegd en in 1911 was de gehele lijn zo
uitgevoerd.
Aangezien de lijn de
kortste verbinding tussen Duitsland en Engeland was, werd deze ook gebruikt door de
vorstenhuizen.
Vele Duitse, Russische
en Engelse vorsten maakten gebruik van deze trein. Na de dood van Edward II in 1910 en de kroning van George V was
er druk vorstelijk vervoer. Om de Russische troonopvolger, die in 1894 in Engeland verbleef, in Vlissingen op te
halen stuurde de Duitse Keizer zijn privé trein over de NBDS lijn.
Ook in december 1899 werd
melding gemaakt van het feit dat de keizer en keizerin van Duitsland door Uden waren gekomen en in 1912 was er nog
meer nieuws, aangezien koning George V in Uden een uur moest wachten omdat de remmen van de koninklijke trein waren
warmgelopen.

Fig. Wachtende trein op het Udense
station.
Zeer sporadisch zijn er
ongelukken opgetreden. Zo ontspoorde in november 1924 een wagon.
Dezer dagen circa
zeven uur n.m. had alhier tusschen den spoorwegovergang en het station een deraillement van een veewagen uit de
goederentrein, komend van de richting Gennep. Naar wij vernamen zou het deraillement het gevolg zijn van verkeerden
wisselstand. De wagon werd een meter of tien meegesleurd, kantelde en kwam op een zijvak te
liggen.
Op 13 maart 1914 was het
veel ernstiger.
De wisselwachter G.
Kremers geraakte bij het aankoppelen der wagens met het hoofd tusschen de buffers gekneld, zoo dat de hersenkas
werd ingedrukt en de hersenen naar buiten kwamen. De inmiddels ingeroepen geneeskundige en geestelijke hulp mocht
niet meer baten. De ongelukkige was onmiddellijk een lijk.
Voor reizigers was het
veilig en ook de spoorwegovergangen leverden geen problemen op, daar deze beveiligd waren met spoorbomen, die ter
plaatse bediend werden.
De personen, die met deze
bediening belast waren kregen soms de bijnaam “de wachter “.
Zoals reeds eerder gemeld
kampte de directie steeds met financiële problemen, die er zelfs in resulteerden dat bij de vijand, de Staats
Spoorwegen, leningen moesten worden afgesloten. Echter de grote klap kwam toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak en de
spoorlijn wegens de oorlogsomstandigheden niet meer tot in Wesel kon worden geëxploiteerd. Vanaf 1915 mocht
Nederlands personeel niet verder dan Hassum de dienst verzorgen.
Tijdens de oorlog
sukkelde men door met de exploitatie en de lijn werd veel voor het smokkelen van bloem en (halve) geslachte varkens
gebruikt. Er werden in die periode ook plannen ontwikkeld om een net van buurtspoorwegen in oost Noord-Brabant aan
te leggen. Het bleef bij plannen en de financiële situatie werd steeds moeilijker.
In 1919 was de situatie
zo uitzichtloos dat de lijn over ging naar de Staats Spoorwegen. Deze kwamen met een geheel gewijzigd dienstschema
dat er in resulteerde dat eigenlijk alleen nog sprake was van een lokaal lijntje met een beperkt aantal korte
treinen. In 1924 werd de lijn weer tot enkel spoor teruggebracht en reden er nog slechts 8 korte treinen per
dag.
Ook
op andere gebieden werd getracht te bezuinigen, zoals in 1926 toen de Udensche Courant
schreef:Bezuiniging. Aanstaande Maandag 28 Juni wordt de
Spoorwegoverwegaan den weg Uden – Volkel vanaf het station
bediend. Vóór de slagboomen dicht gaan wordt er een sein gedraaid waarop met grote letters in een
cirkel staat
Stop voor den
overweg.
Dan mag men den overweg niet meer
passeeren, daar men anders gevaar loopt om er tussen of onder te komen. Bij nacht komt op die zelfde seinen in het
midden in roode letters verlicht te staan STOP. Men zij gewaarschuwd voor ongelukken. Houdt deze seinen goed in het
oog! In verband hiermee komt er weer een arbeider overcompleet.
Oorlogsjaren.
Bij de inval van de
Duitsers op 10 mei 1940 speelde de lijn Wezel – Boxtel een belangrijke rol. Immers over deze lijn werd in de morgen
van de inval om 4 uur een gepantserde trein met soldaten vanuit Duitsland Nederland binnengereden. Net voor de
grens tussen de gemeente Zeeland en Uden slaagden de Nederlandse militairen er in de trein te laten
ontsporen.

Fig. De ontspoorde
Duitse trein.
De Duitsers gingen als volgt te werk:
met een list werd de spoorbrug bij Gennip door enkele militairen bezet, waarna rond 4 uur in de morgen een
pantsertrein en een goederentrein vanuit Duitsland deze konden passeren en doorreden door de Peel-Raamstelling bij
Mill tot aan halte Zeeland, iets voor de grens van de gemeente Uden. Hier werd een bataljon onder leiding van
majoor Schenk gelost, waarna de pantsertrein terugreed richting Mill. Nederlandse militairen lieten deze toen
ontsporen. Intussen werden de Nederlandse soldaten in de Peel-Raamstelling, zowel door Duitse militairen vanuit de
richting Duitsland, alsook in de rug door de militairen uit de trein, aangevallen.
Tijdens de gevechten, die hevig
waren, vlogen ook steeds Duitse vliegtuigen over.
Tijdens de oorlog werd de
lijn door de Duitsers gebruikt voor oorlogsdoeleinden, waaronder ook het vervoer van Joden vanuit Vught naar de in
Duitsland gelegen concentratiekampen. Naar het in de oorlog door de Duitsers in Volkel aangelegde vliegveld werd
een zijlijn aangelegd.
Het zal begrijpelijk
zijn, dat de Geallieerden bij de voorbereiding van de Operatie Market Garden, waarbij het de bedoeling was in een
keer vanuit België naar Arnhem door te stoten, de lijn als een gevaar zagen omdat de Duitsers hierover zowel
manschappen als goederen zouden kunnen vervoeren.
Daarom was de lijn
doelwit voor sabotage.
In de nacht van 4 op 5
september 1944 liet het Udense verzet op Duifhuis een trein ontsporen.
Een van de deelnemers vertelde hierover:
Jan van Sleeuwen en nog drie andere
mannen gingen allereerst in Boekel twee derailleurs halen. Dat zijn ijzeren apparaten, die op de
rails werden geschroefd en die zorgden dat de trein bij passage ontspoorde. Jan was als enige gewapend en had een
pistool met één patroon tot zijn beschikking.
Als plaats waar de ontsporing zou
plaatsvinden koos men de grens tussen Uden en Veghel bij Duifhuis, om op die manier bij eventuele represailles de
aandacht iets van Uden af te leiden. Het aanbrengen gebeurde ook door vier man, waaronder weer Jan van
Sleeuwen.
Nadat ze op de spoorrails waren
geschroefd, wachtten ze, tot de trein kwam. Hij was laat en reed langzaam. Bij het passeren ontspoorde hij
inderdaad, maar door de lage snelheid alleen aan de voorwielen van de locomotief.
Na de ontsporing werden door de Duitsers boeren van Duifhuis uit hun bed getrommeld om
de inzittenden van de trein, een groot aantal Duitsers en enkele Duitse vrouwen, met paard en kar naar Uden
te brengen. De hiervoor beschreven ontsporing, alsmede andere ongeregeldheden, die zich op de spoorlijn bij
Eerde voordeden, waren er de reden van dat de Duitsers in het vervolg vlak voor iedere trein een lorry met
Grüne Polizei uitstuurden en dat op spoorwegsabotage hoge represailles in het vooruitzicht werden
gesteld.
De daaropvolgende dagen,
vanaf 6 september, werd de spoorlijn tenminste zes maal door vliegtuigen beschoten en gebombardeerd, waarbij
tenminste zes doden en enkele zwaargewonden vielen.
Op zondagmorgen, de zeventiende
september, toen Operatie Market Garden al begonnen was, werden om kwart over acht weer een
tweetal aanvallen met boordwapens uitgevoerd.
Allereerst op de locomotief van een
munitietrein, bij wachtpost 28, iets voorbij de Kleuter en verder op een losse locomotief bij de brug over de
Leijgraaf.
Bij deze laatste
aanval werden zeven personen gewond, die door de luchtbeschermingsdienst naar het Sint Jansgesticht werden
gebracht. Het betrof voornamelijk brandwonden en Dr. Leesberg uit Veghel en veearts Bollen uit
Uden verleenden, mede ook omdat er nog meer gewonden werden binnengebracht, assistentie bij het verzorgen van de
gewonden. Van hen overleed de Nederlandse machinist Jansen uit Nijmegen dezelfde dag, evenals de Duitser H.
Remmers. De
Duitser W. Bähne
stierf een dag later. Later zouden nog twee Duitsers, Reuter en Koopman aan hun verwondingen
overlijden.
Na de bevrijding van Uden kwamen de militaire transporten weer op gang. Nadat in
februari 1945 Gennep gevallen was, werd de lijn door de Geallieerden gebruikt voor de aanvoer ten behoeve van
het offensief naar de Rijn.
Periode 1945 –
1960.
Na de oorlog was er een
groot gebrek aan kolen en rollend materieel, waardoor het personenvervoer vanuit de richting
Boxtel tot Veghel pas in september 1946 kon worden hersteld, nadat enige tijd daarvoor reeds bussen op dat traject
waren ingezet.
Echter er doken ook
meteen geruchten op, dat de NS voornemens was, te zijner tijd het personenvervoer op de lijn definitief te
stoppen.
Uden, en de andere
gemeenten aan de lijn protesteerden hiertegen heftig. Ofschoon vanaf mei 1948 het personenvervoer vanuit Uden ook
weer mogelijk was, bleef de NS doorgaan met de ontwikkeling van plannen om de lijn alleen nog voor goederenvervoer
te gebruiken. In dat kader zette de NS voor het personenvervoer soms NS-bussen in, die alleen bij de stations
stopten.
Op 1 augustus 1950 was
het zo ver en het personenvervoer op de lijn werd definitief gestaakt. Ofschoon Uden met andere gemeenten de
daaropvolgende decennia bleef vragen om het besluit te herzien, is het er nimmer van gekomen.
Het busvervoer, dat als
alternatief voor het personenvervoer per trein was ingesteld, werd overgenomen door de “ Zuid-Ooster
Autobusdiensten”.
Voor het goederenvervoer was de lijn nog
wel van belang. In 1957 werd begonnen met de aanleg van een zijlijntje naar het na de oorlog geopende
industrieterrein teneinde het vervoer voor de bedrijven, die daar gevestigd waren, te stimuleren. Maar met het
belangrijker worden van het transport over de weg werd het belang hiervan ook steeds minder.
|